Condens op de buitenkant van uw beglazing

condens op de buitenzijde van de beglazing

30-03-’26:

U plaatste nieuwe ramen. Op sommige ochtenden merkt u condens op aan de buitenkant van de beglazing.

Het risico op condens is het grootst in het voorjaar en najaar. Condens ontstaat wanneer de buitenste glasplaat sterk afkoelt en de buitentemperatuur hoger ligt dan het dauwpunt. Het dauwpunt is de temperatuur waarbij waterdamp vloeibaar wordt.

Tijdens koude nachten koelt de buitenste glasplaat af. De warmte uit de woning verwarmt deze plaat namelijk nauwelijks. In de ochtend warmt de buitenlucht opnieuw op. In combinatie met een hoge luchtvochtigheid ontstaat dan condens op het glas.

Welke factoren spelen een rol?

De oppervlaktetemperatuur aan de buitenkant hangt af van:

  • de warmtestroom van binnen naar buiten;
  • het temperatuurverschil tussen het binnen- en buitenoppervlak;
  • de U-waarde van de beglazing;
  • de warmte-uitwisseling met de buitenlucht;
  • het warmteverlies door straling, vooral naar de hemel.

Studies en metingen van Buildwise, het vroegere WTCB, tonen aan dat bewolking het stralingseffect sterk beperkt. Bij een heldere hemel verliest de beglazing echter veel warmte aan de hemel.

U kunt dit vergelijken met een auto die ’s nachts buiten staat. Bij helder en windstil weer worden sommige delen van de auto ’s morgens nat of zelfs bevroren. Dat gebeurt ook zonder regen. Staat de auto naast een gebouw, dan blijven de ruiten aan die zijde meestal droog. Het gebouw beperkt namelijk de straling tussen de ruiten en de hemel.

Wat blijkt uit metingen?

Bij een binnentemperatuur van 20 °C tonen metingen het volgende aan:

  • Een enkele beglazing koelt bijna nooit af tot onder de buitentemperatuur. Condens aan de buitenkant komt daar dus bijna niet voor.
  • Een lage U-waarde beperkt de warmteoverdracht naar buiten. Daardoor blijft de buitenste glasplaat kouder en stijgt het condensatierisico.
  • Bij sterke wind ligt de glastemperatuur meestal dicht bij de buitentemperatuur.
  • Naarmate de buitenlucht afkoelt, wordt het verschil tussen de temperatuur van het glas en de buitenlucht kleiner.

Conclusie

Condens aan de buitenkant ontstaat soms ’s nachts of in de vroege ochtend. Vooral goed isolerende beglazing kan hier last van hebben bij helder en windstil weer.

De heldere hemel veroorzaakt het warmteverlies. Dit verschijnsel wijst dus niet op een slechte beglazing of een bouwtechnische fout. Integendeel: het toont aan dat uw ramen zeer goed isoleren.

Er is niets mis met uw ramen. De condens bewijst dat ze superisolerend zijn.

Bron: MEMENTO – technische vragen – art 3.2 blz 439-440-441 & © Saint-Gobain

Vergelijkbare artikels